Kleinschalige kap in Munningsbos
In het Munningsbos leeft nog een kleine, geïsoleerde populatie van deze vlinder. Deze dieren komen vooral voor op de overgang van de hoger gelegen zandgrond naar de wat vochtigere beekdalen. De Kleine ijsvogelvlinder is vooral aangewezen op de wilde kamperfoelie. Op deze waardplant zet de vlinder haar eitjes af op één tot anderhalve meter hoogte. Meestal gebeurt dit op afhangende takken in een halfschaduwrijke omgeving.
Wanneer er te veel schaduw is van bomen en struiken, is er veelal ook te weinig licht voor de kamperfoelieplanten, waardoor ze op den duur zullen verdwijnen. Door op kleine schaal de bomen en struiken in de bosranden weg te zagen, verbetert het leefgebied van deze vlinder. In de praktijk betekent dit dat er grillge inhammen ontstaan ter grootte van tien tot vijftien meter gekapt zullen gaan worden. Bij deze ingrijpen spaart IKL uiteraard de aanwezige kamperfoelie.
Het openkappen van de bosrand is ook gunstig voor andere soorten die aangewezen zijn op de beoogde afwisseling. Hierbij kan gedacht worden aan zonneplekken voor de Hazelworm, Levendbarende hagedis, en diverse andere vlinders zoals de bruine eikenpage. Overigens zullen ook diverse broedvogels dankbaar gebruik gaan maken van de toename aan structuur in de bosranden.
Er zijn nog geen reacties geplaatst.


Foto uploaden
Reageer
Print 












